zondag 17 april 2005
De mooiste begrafenis ter wereld. Bijna twee jaar geleden.
Tekst: door Gerdi Esh.
Biche,
We waren zusters in de ziel. We deelden levens en liefdes, jeugd en ouder worden, boeken en fascinaties, nicotine en wijn, werk en genot, ervaring en verwondering, verantwoordelijkheid en anarchie. We waren samen jong en trouwden. Kregen kinderen, een zoon en een dochter, in die volgorde. We scheidden, eerst ik dan jij. Ik ging in de journalistiek, dan jij. We hadden minnaars, we waren eenzaam, we lachten we huilden, maar nooit waren we alleen. Jij altijd exhuberant en uiterlijk extrovert, ik stiller en introvert, mekaar complementair. Jij vurig, ik een stil water, jij scherp, ik te zacht, samen zelfzeker en bewust van ons zijn.
Jij was trots op jezelf. En terecht. Je wist wat je wou en toch liet je je gaan in je werk in je liefdes, maar dat is net mooi. Je was een mens van vlees en bloed.
We hebben niet de ultieme afscheidswoorden gesproken. Alsof je die wou uitstellen, niet wou geloven ook al kende je de waarheid. Maar misschien hoeven die ultieme woorden ook niet als je steeds hebt gezegd wat moest gezegd worden, zodat een relatie steeds bijgesteld werd en klaar was met wat was, met wat kwam.
Ik zal je steeds een bijzondere vrouw vinden Biche. Ik zal steeds dankbaar zijn omdat ik met jou het grootste eind van dit leven heb mogen gaan.
Ik zal van je kinderen blijven houden, alsof jij er nog altijd was.
Ik zal je vrienden koesteren die ik via jou heb mogen ontmoeten.
Ik zal kracht blijven putten uit de energie die je me gaf en ik zal je blijvend herinneren. Als ik met Annemie en Hugo praat of aan hen denk. Als ik naar Venetie ga, zal ik zoeken naar de Fondamenta Degli Incurabili, en in Zurich zal ik het graf zoeken van James Joyce waar je een roos legde, enkele maanden voor je dood.
Op zondag, enkele dagen voor je stierf heb ik nog met jou een lint
uitgekozen voor een borduurwerkje voor Pierre, ik heb nog boeken gekocht voor vrienden die je wou bedanken: Fatale Vrouwen voor Nicole en iets over mode voor Carole. Je bleef zo onwaarschijnlijk attent, alsof het leven gewoon verder ging.
Ik zal nooit het moment vergeten Biche, dat ik daar zat met jouw hand in de mijne, Hugo en Annemie en Isabelle en Axel, zo ontroerend droef en lief en aanwezig een hand op je schouder en een andere hand op je voeten, alsof we terug jong waren en lachten en lachten door onze tranen heen om wat is en wat was.
Ik zal nooit die glimlach van je vergeten, die laatste glimlach van je als van een Boedha.
En de foto¹s van je kinderen en van Michiel recht tegenover je bed.
En het huppelend konijntje in de wei toen ik vertrok en wist dat ik je nooit meer levend zou terugzien.
Biche, mijn laatste woorden voor jou zijn woorden van een schrijver, John Berger in Sering en Vlag: "Het leven is zo dun als een gewet lemmet. De rest is God”
Omdat schrijvers en dichters ons steeds schoonheid en troost hebben gebracht.
Gerdi
Abonneren op:
Berichten (Atom)